De bevroren personages van Morandi. In Bologna.

Bologna Foto JdW

Zelden is een stad zo sterk verbonden met een kunstenaar als Bologna met Giorgio Morandi, die daar zijn leven lang stillevens van potjes en vaasjes schilderde. Is dat ook terug te zien in de stad? Joke de Wolf ging kijken. (voor Trouw, 20 februari 2018)

Delft hoort bij Vermeer, Jeroen Bosch bij Den Bosch. Stadsmarketeers houden van kunstenaars en geven graag de indruk dat je het werk van een kunstenaar beter begrijpt na een bezoek aan zijn of haar leefomgeving. Zelfs wanneer de schilderijen geen directe weergave van die omgeving zijn. Terecht? Of is het alleen maar een manier om de kas van de plaatselijke ondernemers te spekken?

In Museum Belvédère in Heerenveen opent zaterdag een tentoonstelling over Giorgio Morandi in Bologna. Morandi (1890-1964) is weliswaar geen Bosch of Vermeer, naast Amedeo Modigliani is hij wel de bekendste Italiaanse schilder van de twintigste eeuw. Dat u hem wellicht gemist heeft, is geen schande: Morandi was naar binnen gekeerd en zijn kunst is dat ook. Hij bezocht één keer een stad buiten Italië (Winterthur!) en woonde zijn hele leven in Bologna, onder de hoede van zijn drie jongere zussen. En hij schilderde zijn leven lang stillevens van, simpel gezegd, vaasjes en potjes, vanaf zijn twintigste tot aan zijn dood in 1964.

Al tijdens zijn leven was hij bekend, geliefd. Alle grote Italiaanse filmers hadden werk van hem, gebruikten het in hun films. In La Dolce Vita hing Fellini een stilleven van Morandi in een Romeins appartement. De kunstenaar zelf bleef er bescheiden onder, doceerde etsles aan de kunstacademie en zag af van bezittingen. Zijn kunst is nu nog geliefd, in 2013 wijdde het Brusselse museum BOZAR nog een groot en veelbesproken overzicht aan de kunstenaar.

Hoe aanwezig is Giorgio Morandi nog in Bologna? Is Bologna ook terug te zien in de stillevens? Het vliegveld is vernoemd naar een andere GM, Guglielmo Marconi, die van de telegrafie. In de gangen van het vliegveld hangen foto’s van het landschap van de regio, geen Morandi’s. Een shuttlebus brengt reizigers naar de middeleeuwse stadsrand. Vanaf daar is alles op loopafstand.

Bologna. Foto JdW

De grootste collectie Morandi’s hangt in het MAMbo, Bologna’s hedendaagse kunstmuseum, een modern gebouw net binnen de ring. De Morandischilderijen hebben daarbinnen een eigen ‘Museo Morandi’: ingetogen kleuren, zacht grijs, roze, geel, wit. Potjes en flesjes. Eén zaal is gewijd aan de landschappen: uitzichten vanuit Morandi’s atelier aan de Via Fondazza en bij het zomerhuis van de familie, dertig kilometer buiten de stad. De luchten zijn leeg, egaal grijspaars. Ook in het landschap geen afleiding, geen personen. Ik hoopte op een verwijzing naar de grote stad, naar het leven buiten, vergeefs.

© Giorgio Morandi in zijn atelier (1964), foto Paolo Ferrari

Veel meer leven zit er in het andere werk, al moet je het even tot je door laten dringen voordat je dat ziet. Morandi schildert vaasjes en potjes tegen een grijze achtergrond met horizon. Vaak gebruikt hij dezelfde voorwerpen en zet ze anders neer. Eén ‘echte’ vaas staat in het museum, eentje met een herkenbare vorm. Morandi had het glas witgeverfd, het ging hem niet om de transparantie, het ging hem om de ordening, de kleine verschillen tussen de vazen. Groepen en einzelgängers, de ruimte daartussen, de schaduwen die die figuren op elkaar en op de grond om hen heen werpen. Niks stillevens: het zijn personages.

Nu de stad in. Bologna lijkt tweeduizend jaar geleden op de tekentafel te zijn bedacht en sindsdien nauwelijks veranderd. Op het kruispunt van twee handelsroutes ligt het centrale plein, het Piazza Maggiore. Daar staat de grootste basiliek, in een voormalig beursgebouw is een overdekt plein met de openbare bibliotheek ingericht, rondom oude palazzo’s, eetgelegenheden. Een VVV waar een journalist die meldt op zoek te zijn naar Morandi een gewone stadsplattegrond krijgt, geen speciale wandeling, geen route. Want, zo blijkt, de route is overal.

Meerdere wegen lopen vanaf het plein naar buiten, richting de vroegere stadsmuur. Ondanks schade in de Tweede Wereldoorlog en enkele opgedrongen Mussolini-gebouwen voelt de stad nog steeds middeleeuws. Dat is vooral te danken aan de grootste attractie van de stad: de galerijen.

Bologna. Foto JdW

De meeste straten bestaan uit drie delen: de weg in het midden, waarover auto’s, bussen en fietsen rijden, en links en rechts daarvan een overdekte galerij, hoger gelegen, waar voetgangers beschut zijn tegen zon, regen en het verkeer. Zo’n galerij bestaat bij de gratie van een overhangend gebouw. Zij geeft ruimte aan etalages en koestert de voetstappen van voorbijgangers in een galm.

Aan de straatkant bepalen pilaren de galerij. Pilaren in allerlei vormen en maten, klassieke zuilen van Dorische of Ionische orde tot simpele ronde of vierkante dragers. In verschillende ritmes: soms statig, zoals aan de Via dell’Indipendenza, soms rommelig in een van de kleinere straatjes tussendoor. Als je de pilaren eenmaal hebt gezien, in al hun variatie, begrijp je Morandi’s flesjes ook.

Want hier moet hij gelopen hebben, de dagen dat hij lesgaf aan de kunstacademie. Heen en weer. Van zijn huis aan de Via Fondazza, in de zuidoost-hoek van het oude centrum van de stad, naar de Via delle Belle Arti in het midden van de universiteitsbuurt is het hooguit anderhalve kilometer. Een universiteit van een krap millennium oud, opgericht in 1088, de oudste nog bestaande ter wereld. De pilaren rondom de universiteit zijn statig, monotoon. In het universiteitsmuseum staan de wassen beelden van Anna Morandi (1714-1777). Nadat haar man in 1755 overleed, nam ze zijn baan als hoogleraar anatomie over, al tijdens de Renaissance was Bologna de enige stad waar vrouwen een beroep mochten uitoefenen. Haar zelfportret uit was is tijdelijk uitgeleend. Was zij familie? Onze Giorgio Morandi bleef zijn leven lang vrijgezel, liet zich verzorgen door zijn zusters in hun huis aan de Via Fondazza, een eenvoudige straat met nog steeds veel handwerklieden en antiekwinkels onder de gewelven.

Bologna. Foto JdW

Het huis is toegankelijk voor publiek, het atelier met de flesjes staat er alsof de kunstenaar zo weer terug kan keren. Aan de muren en in de boekenkast reproducties van werk van zijn grote voorbeelden: Cézanne, Giotto, Chardin en Rembrandt. Kunstenaars die de ruimte op het doek net zo wisten te bevriezen als hijzelf: tot tijdloze monumenten met o zo herkenbare eigenschappen. Kunst die er bij Morandi zonder Bologna beslist anders had uitgezien.

‘Giorgio Morandi | Bologna’ is vanaf 24 februari tot 10 juni te zien in museum Belvédère in Heerenveen-Oranjewoud (museumbelvedere.nl).