Geschiedschrijving volgens Unesco

Memory of the world

Gepubliceerd in Babel, februari 2006

Wanhoop, chaos en ongeluk: dat is wat er van komt als je alle kennis wil bezitten; alleen de hoop op een beter resultaat houdt jezelf dan nog in leven. Dit is in het kort de boodschap van de schrijver Jorge Luis Borges in het verhaal ‘De bibliotheek van Babel’. Bij de UNESCO, United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation, denken ze de oplossing voor het kennisprobleem gevonden te hebben. Met het project ‘Memory of the world’ wordt ten doel gesteld ‘het vastleggen en bewaren van het collectief geheugen van de hele wereld met behulp van de een aantal unieke documenten met grote historische waarde’. Hoewel het hoogst onwaarschijnlijk is dat dit doel ooit wordt bereikt, doen 62 landen mee aan het project: het lijkt net zo’n succes te worden als het andere grote project van de UNESCO, de WereldErfgoedlijst. In december kwam Ray Edmondson, een vertegenwoordiger van het Nationale Comité van Australië, aan geïnteresseerden bij de UvA een toelichting geven. Het project lijkt ongewild zélf een interessante bijdrage te vormen aan de wereldgeschiedenis.

Er wordt vaak te laconiek omgegaan met documenten waarvan de inhoud grote betekenis heeft gehad voor de geschiedenis van de wereld, ze worden vaak slecht bewaard en zijn moeilijk toegankelijk, zo constateerden medewerkers van UNESCO begin jaren ’90. Om de documenten niet alleen een verleden, maar ook een toekomst te kunnen geven, werd in 1992 het Memory of the World (MotW) – project gelanceerd. Met behulp van een structuur van nationale en regionale comitees, autenticiteitstests en speciale awards creerde de UNESCO een ‘merknaam’, een keurmerk dat het belang van het behoud en toegankelijkheid van het document benadrukt.

De diversiteit van documenten die inmiddels op de lijst staan, geeft aan hoe breed binnen dit project de definitie van ‘document’ kan zijn: naast het manuscript van de negende symfonie van Beethoven, Afrikaanse ansichtkaarten uit het koloniale tijdperk en het VOC-archief  (één van de grootste documenten in het project), staan ook de inventaris van de gebroeders Lumière en de film Metropolis van Frits Lang in het register. Alle informatie vastgelegd in een taal, op een drager, met een verstandelijke intentie, kan volgens de richtlijnen worden gezien als een document.
Net als plaatsing op de werelderfgoedlijst heeft ook de benoeming van een document tot onderdeel van Memory of the World geen directe financiële gevolgen. De werelderfgoedlijst heeft echter wel uitgewezen dat het ‘stempel’ van de UNESCO zo veel uitstraling heeft, dat de politiek, de toeristenindustrie en het publiek een benoeming over het algemeen reden genoeg vinden om  zich in te zetten voor het behoud en de  promotie van het object, en er bovendien geld voor over hebben. En dat betekent het succes van de projecten, ten minste bij de gebieden en gebouwen die bij de werelderfgoedlijst werden benoemd.
Het MotW-project is in eerste instantie vooral begaan met het conserveren en openbaarmaken van de eerdergenoemde ‘documenten’. Bibliotheken zijn naast het eindeloos groeiende internet één van de belangrijkste bronnen van kennis en het is moeilijk om het belang van zorg voor deze instituties te betwisten. Het MotW-project richt zich echter juist niet op de bibliotheek als geheel. Er worden, net als bij andere canonvorming, keuzes gemaakt voor bepaalde ‘unieke’ objecten, waardoor een veel groter aantal documenten wordt uitgesloten. Het document moet namelijk ‘invloed hebben gehad op de wereldgeschiedenis’ volgens de richtlijnen van het project. Geschiedenis is echter geen natuurverschijnsel dat objectief bestaat, geschiedenis wordt geschreven, en is dus per definitie afhankelijk van het perspectief van de verteller. Of een bepaald document al dan niet invloed heeft gehad op de geschiedenis, kan alleen maar worden vastgesteld als duidelijk is welke geschiedenis op dat moment wordt bedoeld; deze keus kan dus veel beter worden overgelaten aan de gebruikers. En hiervoor bestaat al eeuwenlang een prachtig instituut: de bibliotheek.
Toch is het project interessant: uit de keuzes die worden gemaakt door de commissies voor bepaalde documenten valt af te lezen hoe de Verenigde Naties, en daarmee een grote groep wetenschappers, op dit moment de wereldgeschiedenis ziet. De Negende Symfonie van Beethoven heeft voor de comissie meer waarde dan Für Elise. Ook interessant is dat er in het register nog geen enkel document is opgenomen dat de slechte kant van de menselijke natuur weerspiegelt: Mein Kampf of een oorlogsverklaring van Stalin kunnen wat de UNESCO betreft het beste verstopt blijven in een ommuurde bibliotheek. Met het Memory of the World-project levert de UNESCO een eigen bijdrage aan de geschiedschrijving; zolang er niet gepretendeerd wordt dat deze versie de enige juiste geschiedenis is, kan het project alleen maar worden toegejuicht. Chaos en wanhoop zijn voorlopig toch de wereld nog niet uit.

 

Leave a Reply