De vroege Hundertwasser

Gepubliceerd in Trouw, 2 september 2013
Gepubliceerd in Trouw, 2 september 2013

Friedensreich Hundertwasser is de Oostenrijkse kunstenaar die vooral bekend is vanwege zijn speelse, bontgekleurde gebouwen. Patronen die het ook goed doen in souvenirwinkels, maar niet in bij de serieuze kunsthistorici: te simpel, te kinderlijk, te vaag. Toch, zoals een tentoonstelling in het Amstelveense Cobramuseum laat zien, was Hundertwasser in de jaren vijftig een van de jonge veelbelovende kunstenaars van zijn tijd. Hij woonde in de toenmalige kunstcentra – Parijs en Wenen -, hij had tentoonstellingen met (later) grote namen zoals Lucio Fontana, Yves Klein, Jean Tinguely en Constantin Brancusi, en was bevriend met de invloedrijke kunstcriticus Pierre Restany. In de jaren zestig verhuisde hij naar Japan, en verdween langzaam van het internationale kunstpodium. In 2000 overleed hij aan boord van een veerboot in de buurt van Nieuw Zeeland, zijn laatste woonplaats.

Hundertwasser werd geboren als Friedrich Stowasser in Wenen, in 1928, en veranderde zijn naam naar Hundertwasser nadat hij ontdekte dat ‘Sto’ honderd betekent in Slavische talen. Het ‘wasser’ behield hij graag: water, golven en beweging waren een leven lang zijn inspiratie. Afgezien van een paar blauwe maandagen als student aan de Weense en Parijse kunstacademies was hij autodidact. Hij verzette zich in zijn manifesten en teksten tegen elke vorm van scholing, en geloofde in de natuurlijke ontplooing van het individu. Hundertwasser was een einzelgänger, filosoof, levenskunstenaar en natuurliefhebber. Hij had geen schildersezel, maar legde zijn doek of papier plat op de grond. ‘We lopen op de aarde, op de grond, het opgehangen vlakke beeld is slecht en onnatuurlijk’, schreef hij in 1953.
Zoals de tentoonstelling laat zien, had Hundertwasser al vroeg zijn eigen stijl gevonden: volgeschilderde, bonte schilderijen – de verf ongemengd direct op het doek – met op het eerste gezicht naïeve afbeeldingen. Soms nog duidelijk herkenbaar, zoals bij de stadsgezichten met ronde auto’s en schots en scheve stratenpatronen, soms ook volledig abstract.
Een van zijn favoriete vormen was de spiraal, zoals hij die schilderde vanaf 1953, na het zien van een korte film over psychoses. Zijn meesterwerk daarin is ‘De grote weg’. De toeschouwer moet de vorm van binnen naar buiten volgen, of van buiten naar binnen, zoals bij het ganzenbord, met het oog of met de vinger. Hundertwasser zag de spiraal als een symbool voor het leven, met smalle en brede paden, onverwachte omwegen en een steeds veranderende omgeving; de rechte lijn was slecht en goddeloos. Niet verwonderlijk: Hundertwasser interesseerde zich al snel, in de jaren vijftig, voor Oosterse filosofie. In 1958 publiceerde hij een ‘Verschimmelungsmanifest gegen den Rationalismus in der Architektur’: een aanklacht tegen de rechte lijn, het modernisme en de moderne blokkendozen. Dat idee zette hij ook om in happenings.
Eind 1959, bijvoorbeeld, veroorzaakte Hundertwasser een relletje in een Hamburgse kunstacademie: hij trok als gastdocent samen met een paar studenten een eindeloze spiraal door het gebouw. Begeleid door Afrikaanse en vooral Oosterse muziek (de Dalai Lama was kort daarvoor uit Tibet gevlucht) nam de bibberige streep bezit van muren, deuren en ramen. De internationale pers kreeg er lucht van, de leiding van de kunstacademie werd boos, en twee dagen later werd de eeuwige lijn op last van de politie een halt toegeroepen. De foto’s en krantenartikelen zijn het enige overblijfsel.

Met de tentoonstelling ‘Hundertwasser: de rechte lijn is goddeloos’ legt het Cobramuseum de nadruk op zijn vroege periode, aangevuld met foto’s en krantenartikelen, en laat daarnaast werk van een aantal bekende tijdgenoten zien. Inderdaad, Hundertwasser bevond zich in goed gezelschap, en sommige van zijn methodes komen ook terug bij andere kunstenaars. Zo verpakte Piero Manzoni in 1959 een lijn, getekend op een vel papier, van 15,81 meter in een koker, en maakte Fontana in 1949 net als Hundertwasser perforaties in zijn schilderdoek.
Hundertwassers houtsnedes – hij maakte zich in de jaren zestig de heel bewerkelijke Japanse veelkleurendruk meester – en zijn andere meer publieke acties, zoals zijn postzegelontwerpen, zijn helaas, net als zijn architectuurontwerpen, niet te zien in deze tentoonstelling. En mede door de wel erg aanwezige Japanse muziek is het lastig om Hundertwassers vroege schilderijen te zien als equivalenten voor grote namen zoals Jean Dubuffet en Yves Klein. De vraag waarom hij lange tijd vergeten was, wordt indirect beantwoord. Hundertwasser was een bijzonder persoon, hij maakte prachtige beelden, maar wel voor een andere wereld. Een wereld waar je je, als je wilt, midden in het moderne centrum van Amstelveen, even helemaal in kunt onderdompelen.
‘Hundertwasser: de rechte lijn is goddeloos’, Cobra Museum, Amstelveen, t/m 5 januari.