De wortel als borduurgaren: Diana Scherer

 

Diana Scherer in haar atelier. Foto: Werry Crone
Diana Scherer in haar atelier. Foto: Werry Crone

In de serie ‘De Schepping’ vertellen kunstenaars hoe hun werk tot stand komt. Diana Scherer ‘dresseert’ plantenwortels: ze laat ze in geometrische patronen groeien. Mooi en hopelijk bruikbaar als materiaal.

Het atelier van Diana Scherer ruikt naar aarde. Ze moest opruimen voor de komst van de Trouw-fotograaf, vond ze, “het was helemaal dichtgegroeid”. Maar ook nu is het grootste deel van de vloer van het voormalige klaslokaal in Amsterdam-Noord nog bedekt met haar werk – af en onaf. Het voltooide ligt op de grond, uitgestald op tafeltjes, of, als het niet goed is gelukt, weggestopt in een kast. Bij het raam staat het ‘werk in wording’: rechthoekige bakken waarop grasachtige sprieten groeien. Er is niets kunstzinnigs aan te zien; de magie speelt zich af aan de onderkant.Scherer werkt met wortels. Ze laat plantenwortels op zo’n manier groeien, met een sjabloon, dat ze een patroon vormen. Een mooi, maar ook bruikbaar patroon. De wortels maken er uit zichzelf een textiel-achtige structuur van, die ook gebruikt zou kunnen worden als materiaal voor kleding. Sommige zijn groot, op tapijtformaat – ze maakte er een van drie bij anderhalve meter – andere zijn niet groter dan een bierviltje.

Het is weliswaar nog een project in ontwikkeling, maar de experimenten trekken nu al veel aandacht. Scherer is genomineerd voor de New Material Award tijdens de Dutch Design Week, eind oktober in Eindhoven. Tussendoor heeft ze al meerdere presentaties en kleinere tentoonstellingen gehad van haar ‘wortelwerk’. Bovendien organiseert Liesje Mommer, hoogleraar plantenecologie en natuurbeheer aan de Universiteit Wageningen, in december een symposium ter ere van Scherers werk. In Nijmegen, bij de Radboud Universiteit, wordt Scherer ondersteund door een team van wortel-onderzoekers.

“Het is een lang leerproces. Niemand kan me vertellen hoe het moet, ik heb veel zelf moeten uitvinden. Ik ben er nu twee jaar mee bezig, maar denk nog steeds vaak dat ik net ben begonnen. Bijvoorbeeld uitvinden welke plantensoort de beste wortels heeft. Gras groeit erg langzaam, bloemen, zoals margrieten, ook. Graan groeit veel sneller, vandaar dat ik daar nu het meest mee werk.”

De bakken bij het raam – het is tarwe, vertelt ze – zijn de laatsten van dit jaar. “Na oktober houdt het groeien hier op. Er is te weinig licht en het wordt te koud; ik wil de kachel hier niet dag en nacht laten loeien. In de kassen van Nijmegen kan het wel het hele jaar door, daar is het dag en nacht twintig graden. Maar toch vind ik het resultaat in de natuurlijke omgeving mooier, de wortels worden knapperig. In augustus heb je de mooiste wortels. Dat heeft met het lichtspectrum te maken. Hoe het precies werkt, weten we nog steeds niet.’

Gefascineerd

Diana Scherer is in 1971 geboren in Beieren, en kwam naar Amsterdam om aan de Rietveld Academie te studeren. Sindsdien werkt ze als fotograaf en beeldend kunstenaar – soms in opdracht voor onder andere de VPRO-gids, de Volkskrant en Het Parool, maar het grootste deel van de tijd maakt ze vrij werk. Ze is al langer gefascineerd door plantenwortels. Scherer: “Het is begonnen in 2010. Ik had een foto gemaakt van een plant nadat ik hem uit zijn potje had gehaald. Die foto hing vrij lang op mijn atelier, ik wilde er iets mee doen, zo is dat boek ontstaan.”

In 2012 verscheen haar boek ‘Nurture Studies’, met wilde planten die ze in vazen had laten groeien en vervolgens, nadat ze de vaas had gebroken, fotografeerde. De vorm van de vaas is nog zichtbaar, de wortels volgen de wand van het glas. Dit nieuwe project, dat ze ‘Interwoven’ noemt, gaat daarop verder. Scherer: “Elke plant heeft andere wortels, die op een eigen manier groeien. Ik zie wortels, ook in dit project, als een soort garen: gras heeft een heel fijne, zijde-achtige wortel, de margriet een wollige. Graan groeit snel, en heeft een wortel die overal graag in groeit.”

Blume des Lebens

In een hoek van het atelier staat een grote kom. Erin zit een mengsel van zaden en aarde, aangemaakt met water. “Zo win ik een paar dagen: de zaden ontkiemen al een beetje, en ik hoef nog niet alles klaar te zetten. Het is voorbereiding, net zoals schilders hun verf aanmaken.” Voor het zaaien legt ze de sjablonen in de aarde. Ze werkt met verschillende soorten sjablonen, welke precies wil ze niet verklappen. De patronen die ze maken, zijn steeds geometrisch. “De patronen moeten iets met de natuur te maken hebben. In deze wortels zie je de ‘Blume des Lebens’, een van de oudste basispatronen, opgebouwd uit cirkels. Het is een patroon dat over de hele wereld terug te vinden is. De ontwerpen voor die basispatronen zijn gebaseerd op de theorieën van Goethe, Da Vinci en Euclides over de bouw- en ordeningsprincipes van de natuur, waarin zij ervan uitgaan dat dezelfde ordeningsstructuren in elke plant terugkomen. Patronen uit de Jugendstil, die ook daarop geïnspireerd zijn, gebruik ik ook.

“Vanaf volgend seizoen ga ik eigen patronen ontwerpen – pas nu heb ik de techniek rond het laten groeien van de wortels onder de knie. Wat ik het mooiste vind, het oerwerk, is het tapijt: we lopen immers al duizenden jaren over het gras. Het zou mooi zijn als je van de wortels ook een echt tapijt kunt maken.”

Harvest. Foto: Diana Scherer
Harvest. Foto: Diana Scherer

Na het sjabloon is de aarde ook belangrijk, vertelt Scherer: die beïnvloedt de kleur van de wortels. Gewone potgrond geeft een wittige wortel, bij kokospotgrond krijgt je een gele tint. Zelfs het inzaaien zelf heeft invloed op het eindresultaat: als je de zaadjes dicht inzaait, krijg je een wollig beeld, als je ze verder uit elkaar laat groeien, wordt het fragieler. Het laten groeien vereist geduld, en je moet op het juiste moment ‘oogsten’. Inmiddels weet ze ongeveer in te schatten wanneer de wortels goed zijn. Ze laat de plant een beetje uitdrogen, zodat de wortels niet te nat zijn als ze gefotografeerd worden. Het groen haalt ze weg, dat gaat anders rotten. En dan neemt ze het, ongezien, mee naar de fotograaf.

Die foto’s pakt ze er geregeld bij als ze iets wil duidelijk maken over de ‘wolligheid’ of ‘knapperigheid’ van de wortels; op de macrofoto’s zijn de structuren uitvergroot zichtbaar. Het is nog zoeken naar de juiste vorm – moeten de wortels bijvoorbeeld tegen een donkere achtergrond, voor een romantisch, kunstzinnig effect, of toch tegen een witte, zodat het er neutraler en documentair uitziet? Als compromis heeft Scherer voorlopig gekozen voor grijs. Op de foto’s zie je ook losse korreltjes aarde, en soms van de onderkant nog wat geknakt groen.

Haar eigen foto-apparatuur heeft ze voorlopig thuis opgeslagen, het is nou eenmaal lastig te combineren met de plantjes. “Ik laat het door iemand fotograferen met een technische camera, ik heb er niet de juiste apparatuur en technische kennis voor. Pas dan zie ik wat het eindresultaat is. Een echte teleurstelling is het nooit; het blijft een wonder, een samenwerking met de natuur. En dat maakt het zo mooi.”

Wortelspecialisten

Scherer werkt inmiddels samen met diverse partijen. Sinds 2014 met een groep wortelspecialisten van de Radboud Universiteit in Nijmegen. “Ik kreeg hun naam van de hoogleraar in Wageningen, maar ze bleken mijn boek ‘Nurture Studies’ al te kennen; ik werd heel hartelijk ontvangen en heb veel van ze geleerd. Daar zit ik nu vaak te werken, en ze verzorgen de plantjes. Daarnaast heb ik financiële steun gekregen van de overkoepelende kunstcommissie van het ziekenhuis en de universiteit. En nu ben ik er vastgegroeid. We gaan binnenkort zelfs met een nieuw project aan de slag, over de invloed van de verschillende kleuren uit het lichtspectrum op de groei van planten.” Het samenwerken geeft veel plezier, en Scherer komt in allerlei nieuwe ‘werelden’: die van de wetenschappers, die van de designers. “Ik ben een beetje mijn identiteit kwijt, maar het voelt goed.”

Bovendien zou het kunstproject ook in de industrie kunnen worden toegepast. Scherer: “Er bestaat veel textiel op natuurlijke basis: jute, linnen, katoen, maar daarbij worden bestaande vezels eerst klein gemaakt om daarna nieuwe stof te maken. Bij de wortels is het groeiproces meteen het maakproces, dat vind ik aantrekkelijk. En bovendien zijn wortels goed voor het milieu: ze slaan kooldioxide en methaangas op. Nu zijn we op de Radboud bezig met de lisdodde; die kan namelijk ook zonder aarde, alleen in water, wortel schieten. Boeren telen ze al voor de plant, die wordt gebruikt als bouwmateriaal. Het zou heel interessant zijn als ook de wortels gebruikt kunnen worden. Als isolatiemateriaal bijvoorbeeld, maar ik werk binnenkort ook samen met een mode-ontwerper. Het leek mij interessant om kleren onder de grond te laten groeien. Een romantisch idee, het is natuurlijk de vraag of het ook echt draagbaar wordt.”

“De wortel is vrij lang verwaarloosd in de biologie; de plant erboven was belangrijker. Maar inmiddels wordt er veel onderzoek naar gedaan. Zo is ontdekt dat planten een heel ondergronds netwerk hebben waarmee ze communiceren. Niet door de wortels zelf, maar door de schimmels waar ze mee samenwerken. Zo kunnen ze soortgenoten bijvoorbeeld waarschuwen voor een insect. Ook voeden ze elkaar – een boomstronk kan door planten in de omgeving nog jarenlang in leven worden gehouden.”

Nachtschades als draken

Tussen de bakken met groeiende tarwe staan potten met stekelige planten. “Het zijn nachtschades: planten waar ik graag naar kijk. Ik weet dat ik er iets mee wil, maar nog niet precies wat, dus die laat ik een beetje om me heen groeien. Het zijn mythologische, giftige planten – ook de tomaat en de aardappel zijn het. Ik kreeg deze zaden van Gerard van der Weerden, de nachtschade-expert van de Radboud Universiteit, die ook betrokken is bij het wortel-onderzoek. Ik heb deze een beetje verwaarloosd, ze kunnen reusachtig worden. Ik vind het zulke mooie draakachtige plantjes dat ik waarschijnlijk iets met de bladeren ga doen.”