De Escher Company op volle toeren in Leeuwarden

In het gereconstrueerde atelier van Escher

M.C. Escher (1898-1972) woonde de eerste vijf jaar van zijn leven in Leeuwarden. Aanleiding voor het Fries Museum voor een grote tentoonstelling. En neem daar vooral even de trap naar boven.

(Gepubliceerd in Trouw, 2 mei 2018)

M.C. Escher behoeft geen introductie, zijn vlakvullingen en optische illusies zijn wereldberoemd. Een stuk beroemder dan zijn geboortestad Leeuwarden. Slim van het Fries Museum om in het jaar dat Leeuwarden Culturele Hoofdstad is, hier een grote tentoonstelling te wijden aan ‘hun’ Escher.

Eschers geboortehuis is nu weliswaar een museum, maar geen Eschermuseum. Museum het Princessehof opende in 1917, negentien jaar na Eschers geboorte aan de Grote Kerkstraat in Leeuwarden. Toen was de familie Escher al vertrokken uit de Friese hoofdstad. Maurits Cornelis, ‘Mauk’ voor vrienden, woonde er tot zijn vijfde.

In het Keramiekmuseum Princessehof, zoals het geboortehuis inmiddels heet, is een kleine presentatie te zien over Eschers jeugd. Een krantenknipsel verhaalt er over een tentoonstelling van Eschers prenten in dat museum in 1929 waar twaalf betalende bezoekers kwamen.
Continue reading De Escher Company op volle toeren in Leeuwarden

Afrotopia. De biënnale van Bamako in Nederland

In Mali trok de prestigieuze fotobiënnale van Bamako afgelopen winter weinig bezoekers. Nu is de tentoonstelling voor het eerst buiten Afrika te zien, in Nederland. En dat is een grote eer.

(verschenen in Trouw, 20 april 2018)

Joana Choumali, uit de serie ‘Ça va aller’, http://joanachoumali.com/index.php/projects/mix-media/ca-va-aller

Lopend van een nagebouwd Ghanees woonerf naar een tentoonstelling over Soedanese en Keniaanse herdersvolken zullen argeloze bezoekers  van het Afrikamuseum vreemd opkijken: in twee grote ruimtes zijn de komende maanden foto’s en films te zien van hedendaagse Afrikaanse kunstenaars en fotografen.

En die kunstenaars fotograferen geen traditioneel Ghanees woonerf of Soedanese herdersvolken, die maken foto’s en kunst zoals je die in een gewoon kunstmuseum zou kunnen en willen zien. Foto’s met persoonlijke verhalen (een zwart-wit-reportage over een geestelijk gehandicapt broertje), mooie beelden van vreemde plekken (een door Chinezen uit de grond gestampte spookstad in Angola) en een reactie op aangrijpende sociale misstanden (een albino-fotomodel dat met de ogen dicht poseert in een sloppenwijk). Interessante, doordachte, en zorgvuldig uitgewerkte en gepresenteerde kunst. Nee, dit is geen tentoonstelling met bijeengeraapt werk van een paar enthousiaste fotografen, dit is de Biënnale van Bamako.

Continue reading Afrotopia. De biënnale van Bamako in Nederland

Kijk uit: schokkende beelden. Gedoe over World Press Photo.

Vanavond wordt de winnaar van de World Press Photo 2017 bekendgemaakt. De organisatie mikt op veel spektakel, maar het rommelt nu al: waarom zijn er alleen mannen genomineerd voor de foto van het jaar? En waarom zijn de foto’s zo intens en venijnig?

(gepubliceerd in Trouw, 12 april 2018)

Het World Press Photo-circus is weer begonnen. Het spektakel begint in Amsterdam, de stad waar het sinds de eerste editie in 1955 altijd begon. Uiteindelijk bestrijkt de tentoonstellingsmachine honderd steden in 45 landen en komen de winnende foto’s in honderden kranten en op vele websites. Het is dé wedstrijd voor persfoto’s, foto’s die het wereldnieuws zo pakkend en origineel mogelijk vastleggen.

Er is altijd gedoe rond de wedstrijd. In 2013 bleken de foto’s niet echt te zijn, de fotografen hadden er achteraf aan geknutseld. Er kwamen strengere controles. Toch bleken sommige foto’s in 2016 weer niet echt: ze waren geënsceneerd. En bij de editie van dit jaar is er vooraf al commentaar: de geselecteerde foto’s zijn te direct, te rauw, waardoor ze niet tonen wat ze zouden moeten tonen. Volgt u het nog?

Continue reading Kijk uit: schokkende beelden. Gedoe over World Press Photo.

Encore Delacroix? De meester van de 19e eeuw in het Louvre

(Verschenen in De Groene, 2 mei 2018)

Er was nauwelijks een kunstenaar in de tweede helft van de negentiende eeuw die Eugène Delacroix niet als voorbeeld zag. Het was tijd voor een tentoonstelling.

Als het Vincent van Gogh weer eens tegen zat, troostte hij zichzelf met de gedachte dat zelfs Delacroix afwijzingen kreeg. Zelfs Delacroix. De kunstenaar die Van Gogh in één adem noemde met Rembrandt, een genie dat de werkelijkheid verbeeldde zoals die werkelijk was, dat als geen ander wist hoe je kleur moest gebruiken. Al in 1846 noemde Baudelaire hem ‘de laatste uitdrukking van vooruitgang in de kunst’. Later vielen Édouard Manet en Constantin Guys de dichter wat tegen, Delacroix zou Baudelaire’s grote voorbeeld blijven. Er was nauwelijks een kunstenaar in de tweede helft van de negentiende eeuw die Delacroix niet als voorbeeld zag.

Lit défait. Eugène Delacroix, 1825-28.

En nu? Drie, maximaal vier schilderijen bleven hangen in het collectief geheugen, staan in kunsthistorische overzichten, met als nummer één La Liberté guidant le peuple uit 1830, met die halfnaakte Marianne die het volk achter haar de weg over de lijken toont, de Franse driekleur in de hand. Zijn bekendste doeken zijn in het bezit van het Louvre en zijn daar ook te zien, verspreid, omdat sommige doeken zo groot zijn dat ze in de Grande Galerie moeten hangen. Ook Delacroix’ papieren, aantekeningen, schetsen en dagboeken vallen onder het beheer van het museum, en zijn voor een deel te zien in het voormalige woonhuis van de kunstenaar.

Lees verder op de site van de Groene (voor abonnees)

Van Gogh en zijn Japanmanie

Een grootse tentoonstelling in Amsterdam toont de bewondering van Vincent van Gogh voor Japan. (verschenen in Trouw, 27 maart 2018)

Vincent van Gogh, 35 jaar oud, zit in de trein van Parijs naar Arles, Zuid-Frankrijk. Onrustig kijkt hij uit het raam, besneeuwde velden trekken aan hem voorbij. Brandende vraag, zo schrijft hij later: ‘Is het al Japans?’

Besneeuwd landschap bij Arles. Vincent van Gogh, 1888. Privécollectie

Continue reading Van Gogh en zijn Japanmanie

Silhouet in de schijnwerpers

Een kerk is vaak meer dan een plek voor gelovigen. Het Stedelijk Museum in Alkmaar laat zien hoe de Laurenskerk, nu 500 jaar oud, de omgeving bepaalt.

(gepubliceerd in Trouw, 22 maart 2018)

Aan het woord ‘skyline’ kleeft moderniteit. Wolkenkrabbers die zich aan de horizon verdringen, daartussen misschien nog een brug of een ander herkenbaar silhouet. Toch is de skyline als idee veel ouder dan de wolkenkrabber. Vroeger had een stad geen serie hoge gebouwen nodig om een herkenbaar silhouet te hebben, één was genoeg. De Groningse Martinitoren vertelt reizigers al eeuwen van kilometers afstand dat dáár de stad is, als een baken op zee. Hetzelfde geldt voor de Grote of Sint-Laurenskerk van Alkmaar. In het vlakke Noord-Hollandse polder- en duinlandschap steekt de kerk zelfs zonder toren ver boven de horizon uit. Continue reading Silhouet in de schijnwerpers

Boek Le Nouveau Paris. Charles Marville photographs the City Transformation.

Met steun van het Manfred en Hanna Heitingfonds deed ik begin 2015 onderzoek in het Rijksmuseum in Amsterdam onderzoek naar de foto’s van Charles Marville uit de museumcollectie. Hiervan verscheen in maart 2018 een (Engelstalig) boek, deel 18 uit de serie Rijksmuseum Studies in Photography, dat via de webshop van het Rijksmuseum te koop is.

De bevroren personages van Morandi. In Bologna.

Bologna Foto JdW

Zelden is een stad zo sterk verbonden met een kunstenaar als Bologna met Giorgio Morandi, die daar zijn leven lang stillevens van potjes en vaasjes schilderde. Is dat ook terug te zien in de stad? Joke de Wolf ging kijken. (voor Trouw, 20 februari 2018)

Delft hoort bij Vermeer, Jeroen Bosch bij Den Bosch. Stadsmarketeers houden van kunstenaars en geven graag de indruk dat je het werk van een kunstenaar beter begrijpt na een bezoek aan zijn of haar leefomgeving. Zelfs wanneer de schilderijen geen directe weergave van die omgeving zijn. Terecht? Of is het alleen maar een manier om de kas van de plaatselijke ondernemers te spekken? Continue reading De bevroren personages van Morandi. In Bologna.

Musea, laat zien die viezigheid. #metoo in het museum

Voor Letter & Geest, de zaterdagbijlage van Trouw, schreef ik 10 februari 2018 een essay over de seksuele moraal in musea. Een reactie op een artikel van cultuurhistoricus Leon Hanssen, een week eerder.

Musea zijn er om alle kunst te tonen, óók seksueel grensoverschrijdende. Laat het morele oordeel over aan het publiek, betoogt Joke de Wolf.

In 2015 zijn in Nederland 23 schilderijen verboden, met daarop (half)naakte jongetjes met engelenvleugels die seksuele handelingen verrichten. De makers boden ze online te koop aan. Zij hadden zich, zo gaven ze toe aan de Hoge Raad, direct laten inspireren door kinderpornofoto’s. De Raad oordeelde dat het bezit en verkopen van de schilderijen strafbaar was: het waren weliswaar schilderijen, maar ‘de wijze van schilderen is zodanig dat men bijna van een fotografische afbeelding kan spreken’. Continue reading Musea, laat zien die viezigheid. #metoo in het museum

Maria Austria: met de fotolens als masker

(Gepubliceerd in Trouw, 30 januari 2018)

Maria Austria (1915-1975) was tot nu toe vooral bekend vanwege haar krachtige theater- en dansfoto’s. Een tentoonstelling en een boek geven nu voor het eerst een overzicht van haar volledige werk.

Twee vrouwen, schaars gekleed en opgemaakt volgens de mode van 1959, zitten op de grond. Ze kijken geamuseerd in de camera van de fotograaf, die dankzij een grote spiegel ook voor de toeschouwer zichtbaar is. Achter die camera zit een fotografe, gehurkt, haar gezicht verschuilend achter de zoeker, haar zichtbare oog dichtgeknepen. Die fotografe is Maria Austria, fotopionier in Nederland.

In de jaren vijftig en zestig fotografeerde ze alle grote namen uit theater, beeldende kunst en literatuur. Ze had ook oog voor de wereld buiten en maakte reportages van de menselijke drama’s na de bevrijding. Bovendien had ze een vooruitziende blik: ze bedacht een fotorubriek voor het Handelsblad – in een tijd dat er nauwelijks foto’s in de kranten waren. Na de oorlog zette ze een fotobureau op. Continue reading Maria Austria: met de fotolens als masker

Hypnose met lege ogen: Modigliani in Londen

(gepubliceerd in De Groene Amsterdammer, 10 januari 2018)

In de zomer van 1909 keerde Amadeo Modigliani vanuit Parijs terug naar zijn geboorteplaats Livorno. De drank en drugs van de lichtstad hadden de kunstenaar, van kindsaf tuberculosepatiënt, lichamelijk en geestelijk uitgeput. Thuis sterkte hij aan en vond hij eindelijk de kracht om te beeldhouwen. Maar zijn vrienden lachten om de bustes die hij maakte. Woedend gooide hij de beelden in het kanaal.

Precies 75 jaar later, in 1984, maakte het museum van Livorno een groot geldbedrag vrij om de beelden op te duiken. Tot veler verbazing kwamen er drie abstracte marmeren hoofden boven water, in Modigliani-stijl. Kunsthistorici en conservatoren erkenden de beelden als echt, noemden ze ‘schatten’, ‘magische gezichten’, hadden het over ‘niet minder dan een herleving van Modigliani’s genie’. Totdat, een maand later, bekend werd dat vier mannen uit de omgeving, op het idee gebracht door de groots aangekondigde zoektocht, de beelden zelf in een middag hadden gemaakt met behulp van wat hamers, een schroevendraaier en een Black & Decker. De affaire-‘Modi’ was de grap van het seizoen, een opsteker voor de elektrisch-gereedschapsfabrikant die kon adverteren met de slogan ‘Iedereen heeft talent met een Black & Decker’ en een fikse deuk in het imago van de specialisten en museummensen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Lees hier, op de site van De Groene, mijn bespreking van de tentoonstelling in Tate verder.