New Realities in het Rijks: een eigen, gekuiste werkelijkheid

Het Rijksmuseum pretendeert met de tentoonstelling ‘alle facetten van de 19e-eeuwse fotografie’ te tonen. Dat is een onmogelijk als je uitgaat van een collectie die voor een heel ander doel is aangelegd.

Voor De Witte Raaf schreef ik een bespreking van de kuise tentoonstelling New Realities in het Rijksmuseum, die is hier terug te lezen.

(en, ps: het geboortejaar van Charles Marville is natuurlijk 1813, niet 1816 zoals de tentoonstelling en de catalogus beweren)

In Egypte: Sfinxen, obelisken en andere giganten

Jan Herman Insinger (1854-1918), gemummificeerd lichaam van een man genaamd Djed-ptah-anf-ankh, 1886. Rijksmuseum van Oudheden, Leiden

Tijdens zijn eerste nacht op de Nijl schrijft Gustave Flaubert dat hij alle vrouwen van de wereld zou opgeven om één nacht de mummie van Cleopatra te bezitten. Fotografie bood een vorm van bezit op afstand.

De op het oog gezapige passagiers van de ‘Karnak’ koesteren stuk voor stuk haat tegen de rijke Amerikaanse Linnet Ridgeway. Allemaal, behalve Hercule Poirot natuurlijk. In de verfilming uit 1978 van Agatha Christie’s Death on the Nile is de scène van de excursie van het reisgezelschap naar de grote zuilenzaal van Karnak legendarisch. Peter Ustinov, Jane Birkin, Bette Davis en Angela Lansbury dwalen afzonderlijk tussen de reusachtige pilaren. De camera maakt een paar Hitchcock-shots, zoomt uit, maar het gevaar komt van boven: een vallend rotsblok raakt op een haar na het hoofd van Ridgeway.

Lees het hele artikel, verschenen in de Groene Amsterdammer op 29 maart 2017, hier

Marie Darrieussecq: ‘Niets zoetelijks, niets heiligs, niets erotisch: een ander soort wellust’

Boek van de week: ‘Hier zijn is heerlijk’. Biograaf Marie Darrieussecq raakte gefascineerd door Paula Modersohn-Becker en schreef een boek over de Duitse kunstschilder.

(gepubliceerd in Trouw, 8 april 2017)

Het eerste werk dat ze van haar zag, flitste bij toeval voorbij. Schrijfster Marie Darrieussecq noemt het zelf een spambericht, de aankondiging voor een psychoanalytisch seminar over moederschap in 2010, waar een kleine afbeelding bij zat. Een schilderij van een moeder met kind. Na het de borst te hebben gegeven ligt ze in de comfortabele houding die Darrieussecq uit eigen ervaring kende maar nooit op schilderijen zag. “Niets zoetelijks, niets heiligs, niets erotisch: een ander soort wellust. Immens.” Continue reading Marie Darrieussecq: ‘Niets zoetelijks, niets heiligs, niets erotisch: een ander soort wellust’

Prints in Paris rond 1900 – voor de elite én voor de massa

‘Tiens, mon ancien cocher!’ (Verhip, mijn vroegere koetsier!) Le Rire, 23 mei 1896

Lang keken musea neer op de affiches van Toulouse-Lautrec en Charles Chéret. In het Van Gogh Museum is nu te zien hoe het Parijse publiek, de elite én de massa, rond 1900 in Parijs in de ban raakte van deze prentkunst

(gepubliceerd in Trouw, 8 maart 2017)

De verzamelaar houdt de prent liefdevol vast, dichtbij zijn gezicht, alsof de details zo beter tot hem doordringen; hij koestert het papier. Die verzamelaar is dr. Aegidius Timmerman, Jan Toorop portretteerde hem rond 1900. En we zijn, zo lijkt het, bij hem thuis, in zijn werkkamer, waar hij normaal gesproken geen vreemden zou toelaten: naast zijn portret staat een rijk versierde notenhouten kast waar de makers meer dan een jaar aan werkten. Er staan boeken in, maar het draait allemaal om dat wat er achter de klep wordt opgeborgen, een klep versierd met twee naakte vrouwen die met een drukpers in de weer zijn: zijn prentenverzameling. En die was privé. Continue reading Prints in Paris rond 1900 – voor de elite én voor de massa

Over de kunst van het weglaten – Esther Urlus’ film Deletion

Voor het Filmfonds schreef ik een essay naar aanleiding van Esther Urlus’ film Deletion. Urlus maakt haar eigen filmmateriaal, en past daarbij veel oude, fotografische technieken toe. Hier is de publicatie te downloaden – alleen de vormgeving is al prachtig – inclusief teksten van Dick Tuinder, Joris Luyendijk en Peter Klashorst, én links naar Urlus’ film en nog drie andere films.

Kousbroeklezing 7 april over fotografie

‘Percement de l’Avenue de l’Opéra’, Charles Marville, 1877, collectie State Library of Victoria, Melbourne

De zevende Kousbroeklezing, op 7 april 2017 in de Rode Hoed in Amsterdam, heeft als thema fotografie.

Maarten Asscher zal de lezing, met de titel ‘De geboorte van een ruïne’, uitspreken, daarnaast zal ook ik een korte presentatie houden over Charles Marvilles foto’s van Parijs. Kaarten en meer informatie zijn hier te vinden.

Het kleine huis op de Russische prairie: Peredvizhniki

'Wat een vrijheid!', Ilja Repin, Collectie Russisch Staatsmuseum
‘Wat een vrijheid!’, Ilja Repin, Collectie Russisch Staatsmuseum

Peredvizhniki, oftewel ‘zwervers’, werden ze genoemd, de jonge generatie Russische kunstenaars die rond 1870 persoonlijker onderwerpen kozen voor hun schilderijen. Voor het eerst is hun werk nu in Nederland te zien.

Volledig gekleed staat het stel in de branding, hand in hand. Hij in keurig kostuum, zij, aan het silhouet van haar jas te zien, strak ingeregen in een korset. De golven stromen over hun voeten en benen, de wind rukt haar hoed bijna van haar hoofd, hij spreidt zijn armen wijd omhoog en ze kijken elkaar glimlachend in de ogen. ‘Wat een vrijheid!’ noemde Ilya screen-shot-2017-01-09-at-21-07-44Repin zijn drie meter brede schilderij, alsof hij dat het stel zelf had horen roepen. Bijna de vrijheid van de beroemde ‘Ontwapenend’-poster van de PSP uit 1971, met de naakte vrouw met de koe in het weiland. Bijna. Continue reading Het kleine huis op de Russische prairie: Peredvizhniki

Jan Weissenbruch: de monumentenman

De Lepelstraat tussen de Grote Kerk en de Vleeshal in Haarlem, Jan Weissenbruch, ca. 1860
De Lepelstraat tussen de Grote Kerk en de Vleeshal in Haarlem, Jan Weissenbruch, ca. 1860

Jan Weissenbruch schilderde het Nederlandse landschap zoals hij dat graag zag. In Haarlem is te zien hoe hij zijn omgeving met zijn verbeelding bijschaafde en transformeerde tot decors voor een spannend verhaal.

Je zou er zo in kunnen stappen, in het schilderij van Jan Weissenbruch. De Lepelstraat, tussen de Haarlemse Grote Kerk en de Vleeshal, ligt er op het kleine schilderijtje uitnodigender bij dan op het plein van tegenwoordig. Een onzekere stap: oude gebouwen rondom zijn achteloos afgesneden, zware schaduwen laten grote delen van de monumenten in het ongewisse. Op de kerkmuur hangen aanplakbiljetten, rommelig, alsof ze per ongeluk op het schilderij zijn terechtgekomen. Continue reading Jan Weissenbruch: de monumentenman

Van kitsch naar kunst: Lawrence Alma-Tadema

screen-shot-2017-01-09-at-18-25-23De schilderijen van sir Lawrence Alma Tadema (1836-1912) zijn lang afgedaan als kitscherig. In Leeuwarden pleit een grote tentoonstelling voor herwaardering

(gepubliceerd in Trouw, 30 september 2016)

Kitsch!’ zou je kunnen uitroepen als je de schilderijen van Alma Tadema ziet. Veel roze en lichtblauw, weelderige bloemen, jurken, Griekse zuilen, Romeinse krijgers, en steeds maar weer die felle zonnestralen die ergens op het schilderij een detail uitlichten. Toch brengen zijn werken op veilingen recordbedragen op. En bij de ‘Antiques Roadshow’, de Engelse versie van, jawel, ‘Tussen kunst en kitsch’, dook in juni een onbekend werk van Tadema op dat volgens het tv-programma ‘het allerduurste meesterwerk’ ooit ontdekt was. Continue reading Van kitsch naar kunst: Lawrence Alma-Tadema

Terroristenfoto’s: ook tijdens de Commune al een strijdpunt

Pagina uit album 'Paris incendié, 1871', anoniem, collectie BNF
Pagina uit album ‘Paris incendié, 1871’, anoniem, collectie BNF

Franse media plaatsen niet langer foto’s van terroristen. Ook in vorige eeuwen bestond de angst dat zulke beelden geweld uitlokken.

‘Verzet tegen de haatstrategie’ kopte Le Monde op haar opiniepagina, de dag na de aanval in de kerk in Saint-Etienne-du-Rouvray. Portretten van terroristen beeldt de Franse krant niet meer af, en ook over de identiteit van de daders wordt zo sober mogelijk bericht.
Continue reading Terroristenfoto’s: ook tijdens de Commune al een strijdpunt

Nadar en zijn Géant

Nadar le Grand. Uit het Journal Amusant van 28 december 1861
Nadar le Grand. Uit het Journal Amusant van 28 december 1861

Fotograaf, journalist en uitvinder Nadar zou in 1865 met zijn reusachtige luchtballon vanaf Amsterdam opstijgen. Het liep uit op een teleurstelling.

(eerder verschenen in Trouw, 10 mei 2016)

Zo’n vijftigduizend mensen hadden zich op maandagmorgen 11 september 1865 verzameld bij het Amsterdamse Paleis voor Volksvlijt. Ze verwachtten een spektakel: de beroemde fotograaf-uitvinder Nadar, pseudoniem van Gaspard-Félix Tournachon, zou er die middag opstijgen met zijn reusachtige luchtballon ‘Le Géant’, de reus. De Nieuwe Rotterdamsche Krant had een jaar eerder bericht over hoe het gevaarte in Brussel te zien was geweest. Dat er een garnizoen van ‘vijfhonderd soldaten’ nodig was geweest om de ballon van 10 tot 4 uur ‘s middags vast te houden terwijl hij langzaam met gas werd gevuld. Die ballon vertrok pas om half zeven ‘s avonds, met aan boord een aantal betalende gasten en zo’n vijftig exemplaren van een gedichtenbundel van Victor Hugo met anti-keizerlijke lading ‘om over Frankrijk uit te strooien’. Continue reading Nadar en zijn Géant

Breitners meisjes in het Rijks

Verschenen in Trouw, 1 maart 2016
Verschenen in Trouw, 1 maart 2016

De veertien versies van Breitners ‘kimonomeisje’ zijn voor het eerst bij elkaar te zien in Amsterdam. De tentoonstelling maakt duidelijk dat het Breitner niet alléén om een sensueel plaatje te doen was.

Soms draagt ze een rode kimono, soms een witte of een donkere met goudbrokaat. Voor de spiegel doet ze wat meisjes voor de spiegel kunnen doen: haar oorbellen in, of uit – links, rechts – heur haar. Ook ligt ze, hangt ze, peinst ze op de bank. Wat zou er in haar omgaan? En wat ging er in de schilder om, om haar zo te schilderen?
Daarover kan iedereen die dat wil de komende maanden meedenken: alle veertien ‘kimonomeisjes’ van George Hendrik Breitner (1857-1923) zijn voor het eerst bij elkaar in het Amsterdamse Rijksmuseum. Continue reading Breitners meisjes in het Rijks

Hoe het schilderij een titel kreeg

Screen Shot 2016-02-09 at 5.03.22 PMKunstwerken hebben lang niet altijd titels gekregen van de kunstenaars. Toch zijn de schilderijen en beelden vaak zo verweven met hun naam, dat het lastig is ze uit elkaar te trekken.

In 1953 maakte Robert Rauschenberg een opmerkelijk kunstwerk: een wit papier waarop iets weggegumd was, en hij noemde zijn werk ‘Erased the Kooning drawing’. Rauschenberg had een tekening van Willem de Kooning gekocht, en die uitgegumd. Zonder de titel had niemand begrepen wat het was, en het waarschijnlijk ook niet zo aandachtig bekeken. Continue reading Hoe het schilderij een titel kreeg