Panamarenko: geboren zonder vleugels

Verschenen in Trouw, 17 augustus 2013
Verschenen in Trouw, 17 augustus 2013

Wat zegt een geboortehuis over de beroemdheid die er het levenslicht zag? Is het een bedevaartsoord, museum, of een rijtjeshuis? Trouw trekt langs bijzondere huizen. Vandaag: het geboortehuis van Panamarenko (1940) in Antwerpen

Kan je aan een huis ruiken welke kunstenaar er woonde in? Bij Panamarenko wel. En erg romantisch is het niet. Het is namelijk niet de lucht van terpentine of houtsnippers die de vroegere bewoner verraadt, maar die van vogelpoep. Zeven papegaaien, een duif en een toekan hielden de Belgische kunstenaar en zijn moeder gezelschap tijdens de meer dan dertig jaar dat ze het huis bewoonden. Over alle etages. En ondanks een paar grondige schoonmaakacties zijn de uitwerpselen nog steeds een bruinig vernis op alles in de woning.
Het huis ligt aan de Biekorfstraat, aan een pleintje tussen het Antwerpse Centraal Station en de haven, in de volksbuurt de Seefhoek. Ook striptekenaar Willy Vandersteen groeide er op, en Vincent van Gogh woonde er een paar maanden. Op steenworpafstand van het centrum, zou je kunnen zeggen. Maar in Panamarenko’s wereld passen woorden als hemelsbreedte en vogelvlucht beter: de Belgische kunstenaar is zijn leven lang geobsedeerd met alles wat vliegt.
In 2002, na de dood van zijn moeder, heeft Panamarenko het huis met inboedel overgedragen aan het Antwerpse Museum voor Moderne Kunst (Muhka). Sinds begin dit jaar is het, op reservering, open voor kleine groepen. En, hoe kan het ook anders, voor helicopters: een klein landingsplatform werd onlangs, naar ontwerp van Panamarenko zelf, bovenop het dak gemonteerd.

Panamarenko werd in 1940 geboren in Antwerpen als Henri van Herwegen, als enig kind van dokwerker Henricus en diens vrouw Hortense. Zijn vader moest in gevangenschap in Duitsland meewerken aan de bouw van onderzeeboten. In 1944 maakte de vierjarige Henri van dichtbij een bombardement op zijn geboortestad mee, hij zat met zijn moeder in een tram toen een V1 dichtbij insloeg. Ondanks de chaos om heen maakte vooral de grote mechanische vogel diepe indruk op de toekomstige kunstenaar. Even later ruilde hij met een klasgenootje een vergrootglas voor een eigen vogel, een kauw.

Op de begane grond van de Biekorfstraat zijn ook nu twee kauwtjes te zien. Mechanische vogels, die met hun vleugels fladderen als je ze opwindt. Zijn interesse in mechaniek kreeg Panamarenko mee van zijn vader, die in zijn vrije tijd knutselde in de garage van het ouderlijk huis, in dezelfde buurt. Deze kauwtjes fladderen, maar vliegen kunnen ze niet. Helemaal niet erg, in de wereld van Panamarenko. Het gaat hem vooral om het idee van het vliegen, niet of het uiteindelijk ook lukt.

De entree van het hoekhuis lijkt ook nu nog het meest op een garage. Overal staan machines, of beter gezegd: delen van machines. Het liefst met kleine ingrepen van de kunstenaar. Een motorfiets die nog geen achthonderd meter gereden heeft, maar met een zelfgemaakt spatbord, een gloednieuwe racefiets met ‘Panamarenko’-opschrift, in stellingkasten liggen boutjes, schroeven, machines en camera’s, zelfgemaakt of gekocht, en natuurlijk heel veel propellers, in alle soorten en maten. Op de grond: olieresten, vogelpoep en muntgeld – Panamarenko noemde zichzelf ‘de multimiljonair’ en betaalde alleen maar met bankbiljetten, de muntjes belandden bij thuiskomst direct uit zijn broekzakken op de grond.

Nadat hij van school was gestuurd wegens het slaan van een medescholier, ging hij aan de slag bij zijn vader. Hij werd aangenomen op de kunstacademie, maar het tekenen van naakten verveelde al snel. Hij richtte zich, met zelfstudie, op de bestudering van techniek: onderzeeërs, film, en natuurlijk vliegtuigen. En hij wordt kunstenaar. Na een korte excursie naar de pop-art neemt Henri in 1967 de naam van Panamarenko aan – de naam van een Russische generaal. En maakt al snel furore met zijn vliegmachines: in 1968 presenteert hij, op uitnodiging van zijn grote voorbeeld Joseph Beuys, een vliegtuig in de kunstacademie van Düsseldorf, en in 1972 mag hij al meedoen aan de Dokumenta van Kassel. Tegenwoordig is hij misschien wel de bekendste levende Belgische kunstenaar.

Dat blijkt ook uit de populariteit van de rondleidingen: die zijn voor heel 2013 volgeboekt, en dat binnen één dag. Na de overdracht aan het Muhka is het huis leeggehaald. Net als bij het atelier van Francis Bacon werd alles zorgvuldig gefotografeerd en gecatalogiseerd, maar lang niet alles is weer teruggeplaatst. Een ‘authentieke vervalsing’ noemt het museum de reconstructie. ‘De rommel is weggelaten, alleen de belangrijke dingen hebben we teruggeplaatst’, vertelt de gids. Toch vreemd: hoe kan je in zo’n surrealistische universum vaststellen wat rommel is?

Hoewel het huis aan de Biekorfstraat niet zijn echte geboortehuis is, ontstonden er, nadat hij het in 1970 had gekocht, wel de ideeën voor zijn onmogelijke machines. Die groeiden op de eerste verdieping, aan een Zwitsers horlogemakerstafeltje, vol tangetjes, aanstekers, een microscoop, rekenmachines en onderdelen van dingen die vroeger ook machines moeten zijn geweest. E=mc2, staat er op de muur, tussen allerlei krabbels en krantenknipsels. Boeken over vliegtuigen, ruimtevaart, vogels en vlinders in de kast. In de hoek van de kamer, nauwelijks herkenbaar onder de dikke lagen vet, stof en vogelpoep, staat een kleurenkopieermachine uit begin jaren zeventig. Panamarenko kocht altijd de nieuwste snufjes, de modernste film- en fotocamera’s, de beste machines. Om er vervolgens een eigen wereld mee te vullen waarin die machine’s zelden echt zouden functioneren.

De vogels kregen toegang tot alle ruimtes, zelfs in de keuken waren bezoekers niet veilig voor de nieuwsgierige papegaaien. Tot haar dood in 2002 woonde de kunstenaar samen met zijn moeder, die het leven van haar zoon tot in de puntjes regisseerde – dames mochten niet blijven logeren, zijn moeder wachtte hem elke avond op. Op zijn 65’ste kondigde hij aan met pensioen te gaan – hij had genoeg gewerkt. Hij woont inmiddels met zijn vriendin in de Belgische Ardennen.

Toch komt hij zo nu en dan terug naar zijn oude huis. In de nieuwe zolderkamer naast het helicopterplatform werkt hij sporadisch aan een nieuw project. Het is moeilijk te geloven dat Panamarenko zich ook in deze ruimte op zijn gemak voelt: het is er brandschoon, en het ruikt er naar schoonmaakmiddel. Het wachten is op de landing van een grote vogel op het dak.