Zwartjes als voyeur

Verschenen in Trouw, 14 december 2013
Verschenen in Trouw, 14 december 2013

Frans Zwartjes (Alkmaar, 1927) geen ‘fotograaf’ in de klassieke betekenis. Je zou hem het beste kunnen omschrijven als ‘allround beeldend kunstenaar’. Hij is vooral bekend als experimenteel filmmaker, maar schildert, musiceert, beeldhouwt en fotografeert ook. Daarnaast was en is hij docent aan verschillende kunstacademies. Bekende fotografen als Paul de Nooijer, Paul Kooiker en Hester Scheurwater waren ooit zijn leerlingen en zijn duidelijk door hem beïnvloed.
Allround beeldend kunstenaar en inspirator dus, maar in het Haagse Gem is nu toch een tentoonstelling van zijn foto’s te zien, uit de periode 1968-1975.
In eerste instantie komen die nogal nonchalant over. Veel poserende, (half-)naakte vrouwen, waarbij de romp beduidend meer aandacht krijgt dan het gezicht. Stills uit films, zwart-wit, vaak met hoog contrast, geposeerd, met soms een verkleedpartijtje. En de titels zijn bondig: ‘Vrouw’, ‘Eating’, ‘Situatie’, ‘Gedoe’. Veel gedoe om niks, lijkt het. Totdat je de films bekijkt.
Met die films werd Zwartjes dan ook internationaal bekend. Eind jaren zestig was hij een van de eerste beeldend kunstenaars die film gebruikte als kunstmedium. Experimenteel, zonder dialoog, door hem gedraaid, gemonteerd en zelfs ontwikkeld. De films draaien terecht op verschillende plaatsen in de tentoonstelling: twee keer in fragmenten, en een keer in hun geheel, in de filmzaal. Vooral de volledige films – gemiddeld zo’n tien minuten, ook terug te vinden op Youtube – zijn indrukwekkend. Als je vervolgens terugloopt naar de foto’s, begrijp je die ook beter.
Zwartjes gebruikt foto’s namelijk in zijn films, als een dubbele laag – net zoals oud-leerling Paul de Nooijer fotoseries maakte waarin foto’s de hoofdrol spelen. Zwartjes’ foto’s dienen niet zomaar als decor. Bij ‘Seats Two’ uit 1970 zitten twee vrouwen (Moniek Toebosch, Zwartjes’ vaste actrice en Zwartjes’ echtenote, Trix Zwartjes) zwijgend naast elkaar op een bank, en bekijken een foto van een berglandschap. De kijker wordt meegetrokken in hun obsessie: het golvende landschap op de platte foto, tastbaar maar ook onwerkelijk, dat steeds maar weer het centrum van de aandacht is van deze vrouwen. De camera volgt een vinger, die de rand van de berg aftast, omhoog, omlaag, kijk, een huisje. Alsof de vrouwen in die foto iets groters zien waar de kijker niets van weet. De montage en het camerawerk maken de scene ongelofelijk spannend, terwijl er nauwelijks iets gebeurt.
Die spanning is er ook in ‘Living’ uit 1971. Een man (Zwartjes zelf) en zijn vrouw dwalen door een leeg huis, muziek van een electronisch orgel op de achtergrond. Beiden zijn overdreven keurig gekleed, surrealistisch belicht als Willink-personages. Zwartjes houdt de camera zelf vast en draait die in de vreemdste hoeken. Het echtpaar kijkt verwonderd, zoekend rond, opent zo nu en dan een deur. Het is hun eigen nieuwe huis. Op de grond ligt een plattegrond die ze vergelijken met hun omgeving. Tegen de muur staan foto’s: foto’s van dezelfde lege kamers. Houvast. Zwartjes gebruikt de ruimte, met de felwitte, kale muren, als een leeg doek, waarop hij het toekomstige leven in het huis lijkt te projecteren. Knap: hij doet dat zonder woorden, alleen de montage en de uitdrukkingen op de gezichten laten de kijker meegaan in die verbeelding. En in die foto’s dus, die je later ‘echt’ ziet. De foto’s werken als een tweede laag, die de toeschouwer laat beseffen dat niet alleen de film waar hij naar kijkt, een verbeelding is, maar dat ook je eigen gedachten en verlangens projecties zijn.
Daarbij komt dat de beelden niet alleen surrealistisch zijn, maar ook ongemakkelijk. Je voelt je als kijker een voyeur, die door de lens meekijkt met de soms wel erg vrijpostige cameraman, inzoomend op het eigenaardige decolleté van de vrouw, haar benen, dan weer haar mond. Zoals ook bij ‘Spectator’ uit 1970. waarin een kunstenaar zijn vrouwelijke model lijkt aan te randen zonder haar met een vinger aan te raken; zijn verrekijker komt veel te dichtbij. Zwartjes houdt de kijker een spiegel voor met ongemakkelijke, maar terechte vervormingen.

Zwartjes’ foto’s – waarvan een deel dus in de films figureren – hangen in het Gem, het Haagse museum voor actuele kunst, en niet in het Haagse Fotomuseum. Logisch: Zwartjes foto’s zijn geen ‘kunstfoto’s, geen foto’s die een kunstwerk zijn vanwege de mooie of bijzondere afbeelding, zoals de grootse portretten van Koos Breukel, die wél in het Fotomuseum hangen, onder hetzelfde dak een paar zalen verder.
Breukel kruipt in zijn portretten dicht op de huid van zijn modellen, toont bekende en minder bekende Nederlandser in alle kwetsbaarheid. Hoe prachtig die beelden ook zijn, in Breukels portretten echoot Zwartjes’ film ‘Spectator’ zachtjes na: iedere museumbezoeker is even een opdringerige voyeur.

vier sterren

Frans Zwartjes, ‘The holy family’, Gem, Den Haag, t/m 19 januari
Koos Breukel, ‘Me we – the circle of life’, Fotomuseum Den Haag, t/m 12 januari