Ook zonder bloed is Abramovics werk nog actueel

De performances van Marina Abramovic uit de jaren zeventig en tachtig vroegen veel van het lichaam en uithoudingsvermogen van de kunstenaars. In Bonn worden ze nu opnieuw uitgevoerd.
(Gepubliceerd in Trouw, 16 mei 2018)

 

Dertig. Een twee drie vier vijf zes zeven acht negen, veertig. Een twee – ik ben rijstkorrels aan het tellen. Tellen als kunst: het is onderdeel van een performance van Marina Abramovic uit 2015. ‘Counting the Rice’ heet het en het idee is, zo zegt het bordje in het museum, om ‘tijd, ruimte, licht en leegte te ervaren en daarover te reflecteren’. Ook kan ‘een verbinding met het hier en nu’ ontstaan.

‘Hier’ is een grote tafel in de Bundeskunsthalle in Bonn, bij de tentoonstelling ‘The Cleaner’ van Marina Abramovic,. een overzichtstentoonstelling die eerder te zien was in musea in Zweden en Denemarken. ‘Nu’ is een zondagmiddag in mei. Buiten lijkt het zomer, binnen een handvol bezoekers. Aan de lange tafel zit nog één andere rijsttelster, de andere achttien plaatsen zijn leeg. Midden op de tafel is zo’n tien kilo witte rijst uitgekieperd en vermengd met zwarte linzen. Bij iedere stoel liggen een papiertje en een potlood. Tassen, horloges en mobiele telefoons zijn opgeborgen in een kluisje achter ons, je kunt een koptelefoon opzetten tegen omgevingsgeluid.


Ik maak hoopjes van tien korrels op het papiertje. Helemaal fout, zie ik later op een foto. De bedoeling is dat je iedere korrel turft. Zodat je dus voor elke korrel een nieuw streepje zet. Het kan aan het weer liggen of aan de afwezigheid van andere deelnemers, maar de verbinding met het hier en nu en andere voorspelde ervaringen blijven uit. ‘Waarom doe ik dit?’ is de overheersende gedachte in mijn hoofd. Ik kom tot 130. Is dit waar Lady Gaga zo enthousiast over is? Het popidool ging met Abramovic in retraite, kwam helemaal tot rust en deed daar uitvoerig verslag van in de sociale media.

De performancekunst van Marina Abramovic was lange tijd vooral iets voor een selecte groep kunstkenners. Je moest het meemaken, ervaren. En hoewel er video-opnames zijn van de meeste werken, is de fysieke ervaring zo belangrijk in haar werk dat het zien van die video’s meer lijkt op het zien van een reproductie van een schilderij dan van het werkelijke kunstwerk.

Dat veranderde drastisch in 2010, toen Abramovic in het New Yorkse MoMA-museum een overzichtstentoonstelling kreeg. ‘The artist is present’ heette die; de conservator had precies dát uit haar werk gepikt waar ze het meest bekend om was: de langdurige aanwezigheid van de kunstenaar bij het werk. Ze maakte voor de tentoonstelling één nieuw gelijknamig kunstwerk dat, vanwege de eenvoud en mede dankzij de video’s en de aanwezigheid van andere beroemdheden, zorgde voor een grote opleving in de belangstelling voor haar werk.

Uithoudingsvermogen

De tentoonstelling in Bonn opent, heel begrijpelijk, met dat nieuwe kunstwerk. Een tafel en twee stoelen zijn alles wat nodig was, en heel veel uithoudingsvermogen. Zolang de tentoonstelling duurde, drie maanden lang, tijdens de openingstijden van het museum, zat Abramovic op een stoel en mocht iedereen die dat wilde tegenover haar komen zitten, hoe lang hij of zij wilde. In Bonn hangen twee muren tegenover elkaar vol met videoschermen. Aan de ene kant een veertigtal deelnemers, bezoekers van het MoMA, aan de andere kant veertig keer Abramovic. Je kunt het ook zelf uitproberen: plaatsnemen aan de tafel, tegenover een medebezoeker. Maar de onverstoorbaarheid van de kunstenaar is moeilijk te imiteren.

De beginperiode van Abramovic’ kunstenaarsbestaan is overduidelijk het meest interessant. Hoe komt een dochter van Joegoslavische oorlogshelden, geboren in Belgrado in 1946, ertoe zulke slopende en soms zelfs gevaarlijke kunst te maken? In Bonn hangen de eerste werken, schilderijen van haar tijd op de kunstacademie in Belgrado: al heel snel geen schilderijen meer maar situatieschetsen. Een doppinda op een speld geprikt aan de muur: ‘Wolk met schaduw’. Luchtige onschuld die snel verdwijnt.

Voor ‘Rhythm 10’ bijvoorbeeld, waarbij ze in 1973 achtereenvolgens met twintig verschillende messen tussen haar uitgespreide vingers hakte. De naargeestige geluidsopname, onderdeel van het werk, is ook in Bonn te horen. Maar het geluid wordt overstemd door een luidere stem: ‘Art must be beautiful. Artists must be beautiful’, klinkt het door het museum. De stem komt van een jonge vrouw die onophoudelijk haar haar kamt en borstelt. Daarmee herhaalt ze de performance van Marina Abramovic, die zelf in 1975 kamde totdat haar hoofd begon te bloeden en haar haar uitviel. Hier in Bonn wordt de borstelaar na een uur afgewisseld door een collega. Een beetje flauw, maar de boodschap is ook zonder bloed nog actueel.

Onbetwist hoogtepunt van de tentoonstelling en misschien wel van Abramovic’ oeuvre is de performance die ze voor het eerst in 1977 in Bologna uitvoerde, ‘Imponderabilia’ heet het. Ze stelde zich op in de deuropening naar de galerie, naakt, met tegenover haar Ulay, de kunstenaar met wie ze twaalf jaar een relatie zou hebben, ook naakt. Bezoekers van de tentoonstelling erachter moesten zich tussen de twee naakte lichamen door wringen. In 1977 maakte de politie na anderhalf uur een eind aan de performance, in Bonn is alles onder controle. Geen Ulay en Abramovic, wel jonge, naakte mensen.

Filmen is niet toegestaan, je ertussendoor wringen wel. En dat is merkwaardiger dan het lijkt. Naar wie richt je je, de man of de vrouw? Hoe zet je je voeten? Moet je tijdens het passeren je handen gebruiken? Bij de uiteindelijke passage valt vooral op hoe vreemd die andere lichamen voelen, zo dichtbij, zo naakt. En zo onverstoorbaar aanwezig. Zo eenvoudig, en zo indrukwekkend. Dit is waarom deze werken van Abramovic tot de canon van de performancekunst behoren en waarom ze ook in 2018 nog werken. Het gaat hier over essentiële menselijke eigenschappen, over hoe je reageert op anderen, over het controleren van je lichaam en je gedachten, over het overschrijden van grenzen. De uitvoering lijkt eenvoudig, maar vereist vaak het uiterste van de performers. Ook nu: probeer maar eens een uur lang stil te staan zonder te bewegen.

De andere werken met Ulay samen, waarbij ze eindeloos tegen elkaar oplopen, elkaars adem gebruiken, elkaar om de beurt een pets in het gezicht verkopen, zijn allemaal te zien als video’s, op grote schermen. Hoewel niet zo heftig als de echte mensen, is de presentatie sterker dan een plaatje in een boek of een filmpje online. Een stuk minder wordt het na 1991, het jaar dat Ulay en Abramovic uit elkaar gingen.

Ze begon met mediteren, begon te geloven in de kracht van kristallen en mineralen. Je kunt in Bonn op een stoel gaan zitten met kwartskristal, waarvan je de energie zou moeten voelen. Een serie video’s toont interviews van mensen die net een workshop bij Abramovic hebben gevolgd in een Londense galerie in 2014. Met haar eigen instituut wil ze haar concentratiemethodes overbrengen op nieuwe generaties. Rijst tellen, met gesloten ogen elkaars aanwezigheid voelen, dat soort dingen. De deelnemers praten wat zweverig, alsof ze er niet helemaal meer bij zijn. Abramovic lijkt in alle zoektochten naar aanwezigheid zichzelf te zijn kwijtgeraakt. Gelukkig kunnen anderen die aanwezigheid van vroeger heel goed van haar overnemen.

Counting the rice, 2015

Vier sterren

‘The Cleaner: Marina Abramovic’, tot 12 augustus in de Bundeskunsthalle in Bonn. Twee performances worden wekelijks opgevoerd, van 12 tot 24 juni is ‘House with the ocean view’ te zien. bundeskunsthalle.de


Posted

in

,

by