Hockney in Keulen

David-Hockney-A-Bigger-PictureKunstenaar David Hockney (1937) keerde terug naar zijn geboortegrond in Yorkshire om zich voor het eerst in zijn carrière op landschappen te richten. Een tentoonstelling in Keulen laat honderden werken zien die hij daar de laatste vijf jaar maakte.

(Artikel verscheen op 30 november 2012 in Trouw)

De camera speurt tussen het kreupelhout, langs bomen met jonge bladeren, kale takkenbossen, paarse en witte lentebloemen, en registreert vooral heel veel groen. De camerabeelden verschijnen over achttien monitoren, als een groot scherm aan de muur. Bezoekers kijken gebiologeerd naar de beelden. Waar zijn we?

‘Engeland, Woldgate, 11 mei 2011’, zegt het bordje. Natuurlijk. Sinds 2007 was Oost-Yorkshire het werkterrein van de Engelse kunstenaar David Hockney. En we zijn in Keulen. Een indrukwekkende tentoonstelling van Hockneys landschapswerk trok eerder dit jaar in Londen al honderdduizenden bezoekers. Nu is de tentoonstelling nog tot begin februari in het museum Ludwig in Keulen te zien.

Het was een abrupte overgang van het drukke plein buiten naar de rust van de eerste zaal met dat ene werk. Een belangrijk werk, want het geeft een introductieles bij de prachtige kakafonie van kleuren waar de volgende zalen mee volhangen.

Les één: het gaat in deze tentoonstelling over het landschap. Voor veel kunstenaars een terugkerend thema, niet voor Hockney. Hij was in de jaren zestig een van de pioniers van de Britse pop-art-beweging. Daarin speelt de consumptiecultuur de hoofdrol, hij maakte toen welgeteld één landschap. Na dertig jaar Los Angeles kwam hij tien jaar geleden steeds vaker terug naar Yorkshire, zijn geboortestreek. En had een nieuw onderwerp.

Les twee: het zijn niet alleen maar schilderijen. Hockney is een meesterschilder. Hij is altijd aan het tekenen. Kijk maar naar zijn schetsboekjes die verderop te zien zijn. Ook voor fotografie was hij nooit bang. Maar voor deze tentoonstelling, waar hij vanaf 2007 op verzoek van de Royal Academy of Arts in London aan werkte, ging de 75-jarige kunstenaar verder. Hij ontdekte de mogelijkheden van de iPad en tekende razendsnel honderden landschappen op het kleine schermpje. En hij ontwierp een negen-ogige camera, waarmee hij ook dit eerste werk maakte.

Dan weten we ook meteen waarom de tentoonsteling ‘A bigger picture’ heet, de belangrijkste boodschap vooraf. Ja natuurlijk, zo’n muur met beeldschermen is groot en er komen nog grotere schilderijen. Hockney’s bekendste werk heet ‘A bigger splash’, een strak schilderij van een villa, een duikplank en een grote plons in het zwembad. Maar dat maakte hij in 1967.

De titel verwijst nu naar Hockneys manier van kijken. Als je goed kijkt naar de achttien monitoren, zie je dat de beelden niet helemaal aansluiten. De twee keer negen camera’s zorgen ervoor dat het beeld niet één, maar achttien verdwijnpunten heeft gekregen. Als je dát eenmaal gezien hebt, begrijp je wat veel van zijn landschappen zo interessant maakt. Ook die grote schilderijen zijn opgebouwd uit een soort van monitoren: losse panelen, die qua beeld vaak niet echt op elkaar aansluiten. Hockney schilderde ze los van elkaar, op basis van schetsen, steeds met een eigen, groter, perspectief.

Met die kennis is het nog lichtvoetiger wandelen door Hockneys landschap. Geen chronologische route maar een tocht door de seizoenen en langs de weggetjes in de buurt van zijn atelier. Met meer film – vier keer hetzelfde tochtje van tien minuten over een bosweg, in vier seizoenen – en met iPad-tekeningen: interessant, maar lang niet zo overtuigend als de olieverfschilderijen.

"THREE TREES NEAR THIXENDALE. WINTER 2007" OIL ON 8 CANVASES (36 X 48" EA) 72 X 192" OVERALL © DAVID HOCKNEY PHOTO CREDIT: RICHARD SCHMIDT
“THREE TREES NEAR THIXENDALE. WINTER 2007”
OIL ON 8 CANVASES (36 X 48″ EA), 72 X 192″ OVERALL © DAVID HOCKNEY PHOTO CREDIT: RICHARD SCHMIDT

In de schilderijen leren we ‘Three trees near Thixendale’ kennen, drie bomen die statig door weer en wind de rand van een akker bewaken. Er is de serie ‘tunnels’, over een karrenspoor tussen de glooiende weilanden, door bomen omarmd. Hoewel het standpunt steeds hetzelfde is, vallen in de lente de schaduwen anders dan in de herfst, is het licht altijd anders.

Hockney is niet de eerste om dat vast te leggen. De Franse impressionisten waren hem natuurlijk voor: Claude Monet maakte talloze versies van de kathedraal van Rouaan, steeds bij ander licht. Paul Cézanne bestudeerde iets later de Mont Sainte-Victoire, en ontleedde elk hoekje steeds opnieuw. Hockney heeft naar z’n voorgangers gekeken, (en bewondert de penseelstreek van Van Gogh, dat zie je) maar hij schildert alsof hij de eerste is: met zijn eigen wijde blik.

Een ‘view’, of ‘gezicht’, noemde men de eerste weergaves van de omgeving – het woord landschap ontstond pas in de zeventiende eeuw. In Yorkshire kan je op excursie naar de inmiddels beroemde landschappen van de schilderijen. Maar eigenlijk maakt het niet uit waar die landschappen echt zijn. Hockneys schilderijen zijn ontroerende monumenten voor al die weggetjes en bomen op mooie herfst-, winter,- zomer- en lentedagen die we allemaal kennen, maar nog nooit op zo’n grootse manier samen hebben gezien als in deze tentoonstelling.

De tentoonstelling ‘A bigger picture’ was van 27 oktober 2012 tot 3 februari 2013 te zien in Museum Ludwig in Keulen.