Moraal met een knipoog

Michel Houellebecq, De mogelijkheid van een eiland
Verscheen in Babel, november 2005
Je zou er bijna in geloven. Een wereld in het jaar 4000 waarin ouderdom niet bestaat, waar lichamen geen behoefte hebben aan voedsel, informatie of sex; waar de reproductie volautomatisch wordt geregeld met behulp van kloontechniek. Geen zeurende kinderen, geen bejaardentehuizen, geen sterfelijkheid. Deze neo-mensen leven in steden, en blijven leven door zich te voeden met zonlicht, water en mineralen, een succesformule die is overgenomen uit de plantenwereld.
Het is de wereld waar onze westerse samenleving op afstormt, als we Michel Houellebecq’s nieuwe boek iets te serieus nemen. Het zal een paar duizend jaar duren, maar zelfs wij kunnen, als we De mogelijkheid van een eiland kunnen volgen, ons eigen toekomstbeeld zijn.
Science fiction en Fantasy  zijn genres die zich afspelen in een wereld die weinig lijkt op de onze, maar waar de hoofdrolspelers over het algemeen wél menselijke eigenschappen bezitten: haat, liefde, passie en trouw, om er maar een paar te noemen.
Hoewel het boek van Houellebecq op bepaalde onderdelen overeenkomsten vertoont met die wereld van Startrek, is er één groot verschil: in plaats van de menselijke eigenschappen te benadrukken in die vreemde wezens, maakt de schrijver juist duidelijk hoezeer deze wezens hun menselijke eigenschappen hebben verloren; hoe goed de moderne mens het heeft. En ja, dat maakt het boek wel moralistisch. Het is echter wel een moraal met een knipoog.
Zoals ook in de eerdere boeken van Houellebecq is de verteller van het verhaal,  Daniel, een man van middelbare leeftijd. Hij is een succesvol cabaretier, maar stapt – zoals wel meer mensen uit dat vak – over naar de filmwereld. Daniel wil een nieuw, intellectueel soort pornofilm gaan produceren. (Voor mensen die bekend zijn met de stijl van Houellebecq: het valt in dit boek wel mee met de overdaad aan erotische scenes. Voor onervaren lezers: Turks Fruit was er niks bij) De hoofdpersoon krijgt een relatie met een twintigjarige actrice, en trekt zich volledig terug in zijn huis in Spanje. Hij herleest het complete oeuvre van Balzac, en concludeert dat hij zelf een dergelijke genialiteit niet zal kunnen bereiken. Door toedoen van de sekte van de Elohin, waar hij zich uit verveling bij aansluit, raakt Daniel direct betrokken bij het kloonproces.
Als kloon, zo is het idee van de sekte, ontkom je aan de grootste straf van het leven: ouderdom. Ouderdom is de oorzaak van al het ongeluk, zo lijkt dan de boodschap van het boek. Vergaat niet al het geluk, alle passie, op het moment  dat het lijf begint te weigeren? Daniels eerste grote liefde keerde zich van hem af toen ze begon ‘uit te zakken’; zijn jonge vriendin stort zich op feesten en drugs om aan de tijd te ontkomen.
Houellebecq heeft veel woorden nodig voor zijn verhaal. De lezer wordt meegesleurd in de negatieve spiraal van ellende, eenzaamheid, cynisme en ongeluk van de hoofdpersoon. Het lachen lijkt hem te zijn vergaan, maar door de absurditeit van de ontwikkelingen wordt het eigenlijk steeds grappiger. Zo is Steve Jobs, de hoofdman van Apple, de eerste Amerikaan die zich bekeert tot de sekte, en volgt Bill Gates hem zoals altijd op de voet. De motto’s aan het begin van de hoofdstukken zijn soms van bestaande filosofen, maar ook van een fictieve taxichauffeur, of van kapitein Clarke; het boek is doorspekt met verwijzingen naar de absurditeit van onze eigen samenleving. Toch verzandt dit nooit in platte humor; veel scenes zijn bijna gevoelig geschreven – en dat is heel wat voor een cynicus als Houellebecq.
Gedurende het relaas van Daniel1 leveren de neo-mensen ‘Daniel 24’, en ‘Daniel 25’, klonen van de hoofdpersoon, commentaar. Pas in de epiloog neemt de laatste versie van Daniel, nummer 25, de hoofdrol over. Inmiddels bestaat de hele wereld uit neo-mensen: klonen lijkt de ideale oplossing voor het ouderdomsprobleem. Nu blijkt waar de schrijver al die tijd naartoe wilde: het verhaal toont juist het tegengestelde beeld van de gemiddelde science fiction. Niet het eeuwige leven brengt geluk, maar juist de menselijke liefde is de kern van alle bestaan. Met de onvoorwaardelijke trouw van de hond Fox lijkt de neo-mens Daniel 25 éven te kunnen voelen wat de ouderwetse mens als vanzelfsprekend moet hebben gevonden. Liefde en trouw zijn namelijk voor de neo-mens onbekende begrippen, en slechts bekend uit geschriften.
 Houellebecq weet de lezer steeds op het verkeerde been te zetten. Is het de bedoeling dat we de schrijver gaan zien als een nieuwe profeet? Moeten we de mogelijkheid van klonen serieus nemen, zo vroeg het NRC zich angstig af? La beauté est la promesse de bonheur; ‘Schoonheid is de belofte van geluk’, zo schreef Stendhal ooit. Nee, zegt Daniel 1, geluk is slechts te vinden in de belofte van de erotiek. In de epiloog van het boek blijkt echter dat dit idee van Daniel1 een illusie is van zijn eigen tijd en dat Stendhal wel degelijk gelijk had; trouw en liefde zijn essentieel voor een gelukkig bestaan. Met dit boek toont Michel Houellebecq op enigszins breedvoerige, maar nooit saaie wijze zijn vermogen om een prachtige roman te schrijven. De lezer moet ervoor zorgen niet álles serieus te nemen in het boek, en zo nu en dan te kunnen glimlachen. Houellebecq benadert tijdloze thema’s op een eigentijdse manier – als een cabaretier met filmaspiraties.

 

Leave a Reply