Kranenburgh in Bergen

Screen shot 2013-12-03 at 3.21.21 AM
Verschenen in Trouw, 29 november 2013

Goudkustkunst

Museum Kranenburgh is getransformeerd tot ‘Culturele buitenplaats in Bergen’. Een tentoonstelling laat zien welke kunstenaars zich de afgelopen eeuw tot het Noordhollandse dorp voelden aangetrokken.

Het moet een zoete inval zijn geweest: op de foto zitten Pyke Koch, Annetje Fernhout, Adriaan Roland Holst, Eva Besnyö, Rachel Fernhout, Edgar Fernhout en het echtpaar Marsman bij Charley Toorop aan tafel. Dichters, fotografen, schilders, muzikanten en schrijvers kwamen naar het Noordhollandse Bergen. Sommigen gingen er wonen, anderen bleven een paar maanden en trokken weer verder. Waarom gingen ze juist daar naartoe? En is dat kunstzinnige klimaat er nog steeds?

Het antwoord op die laatste vraag lijkt beantwoord. Museum Kranenburgh, in de vroegere burgemeesterswoning aan de Hoflaan, is uitgebreid met een imposante, functionele tentoonstellingsruimte van twee verdiepingen, ontworpen door Dirk Jan Postel. Dankzij de grote ramen is het bos nooit ver weg, de kelderverdieping is ruim en licht dankzij een grote lichtkoker. Kranenburgh is nu niet alleen een museum, maar ook kunstuitleen, concertzaal en organisator van allerlei culturele activiteiten rond (hedendaagse) kunst. De openingstentoonstelling ‘Wonder’ is een overzicht van de kunstenaarsnetwerken die de afgelopen eeuw in en om Bergen zijn ontstaan. Van het begin van de ‘Bergense school’ tot en met de kunstenaars van vandaag.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was het dorp een veilige haven voor buitenlandse kunstenaars. Schilder Henri le Fauconnier (1881-1946), leerling van Cézanne en bevriend met Kandinsky en Robert Delaunay, bleef er tot 1920. Al eerder waren Dirk Filarski en Arnout Colnot er gaan wonen en werken. Niet alleen vanwege de duinen, zee en bossen, ook vanwege het geld: rijke industriëlen, zoals August Maschmeijer en het echtpaar Boendermaker, waren belangrijke sponsors voor de jonge kunstenaars. In 1906 hadden de Van Reenens al een badplaats gesticht, Bergen aan Zee. Dankzij ‘Bello’, het treintje tussen Alkmaar en Bergen, was het dorp bovendien makkelijk te bereiken.

In 1922 komt Charley Toorop in Bergen. Haar vader, Jan Toorop, liet een aterlierwoning bouwen voor haar en haar gezin. ‘De Vlerken’ wordt een ontmoetingsplaats voor kunstenaars van ver en dichtbij: Mondriaan, Rietveld, Raedecker, Roland Holst, Pyke Koch, ze komen er allemaal langs. In de tentoonstelling komen vooral de kruisverbanden naar voren. Op een foto van de van oorsprong Hongaarse Besnyö – vriendin van cineast John Fernhout, Toorops zoon – hangt Charley Toorop’s schilderij van de familie Raedecker, de beeldhouwersfamilie. En daarnaast staat de buste van vader Jan Toorop, gemaakt door John Raedecker, die óók al op een foto van Besnyö is vastgelegd. Een kluwen van dwarsverbanden dus, geen wonder dat het zo af en toe misging.

Bijvoorbeeld toen Karel Appel, Constant en Corneille in 1949 hun nieuwe Cobra-kunst wilden tentoonstellen in het door Toorop opgerichte Kunstenaarscentrum Bergen (KCB). De nieuwe kunst was niet welkom bij de conservatievere leden, ze weken uit naar het atelier van kunstenaar Dirk Hubers. De bonte affiches, die de kunstenaars in 1949 op de Bergense bomen hadden geprikt, hangen nu ingelijst in Kranenburgh – nu ook thuishaven van het KCB.

Dat er ook nu jonge kunstenaars naar Bergen komen, is te zien in de oude villa. De Zwitser Moritz Ebinger woont in Egmond, en heeft een langlopend project over de betekenis en waarde van goud. Zijn schilderijen en tekeningen en verzamelde historische documenten hangen binnen, in de tuin rondom het museum staat een zeefinstallatie: bezoekers kunnen zelf goud uit het water scheppen en meenemen, of doneren aan een liefdadigheidsproject.
Met de ruime nieuwbouw en grote tuin is er met Kranenburgh een prachtige expositieruimte ontstaan voor zowel de ‘klassieke’ Bergense school – waarvan Kranenburgh een deel in eigen collectie heeft – als projecten van hedendaagse kunstenaars. Die veelzijdigheid komt ook terug in het tentoonstellingsplan: volgend jaar komt er een tentoonstelling rond Park Meerwijk, de Bergense gebouwen van de Amsterdamse School, in 2015 krijgt de Bergense hedendaagse kunstenaar Folkert de Jong er een solotentoonstelling.
Toch is niet iedereen is lovend over de huidige Bergense situatie. In het boek bij de tentoonstelling komen bekende (ex-)Bergenaren aan het woord. Schrijver Adriaan van Dis (geboren in Bergen verzucht bijvoorbeeld: ‘De dagen van Charley Toorop, vastgelegd op foto’s van Eva Besnyö, zijn voorbij, voorgoed voorbij. De huizen in de vorm van ‘omgekeerde portomonnees’ hebben het dorp verarmd.’ Maar Van Dis ziet ook hoop voor de nieuwe generatie Bergense kunstenaars die de huur wél kunnen opbrengen: op papier, doek of verhalen kunnen ze de benauwde atmosfeer ontsnappen en hun verbeelding laten spreken. En daarmee niet alleen de woonplaats van Gorter, Slauerhoff en Lucebert nieuw leven inblazen, maar ook de rest van de wereld. Een podium staat vanaf nu voor ze klaar.

vier sterren
‘Wonder’, t/m 16 maart 2014, Kranenburgh, Bergen (NH), kranenburgh.nl. Maandag gesloten.